Financiering

Bij startersorganisaties die niet van de grond komen, blijkt financiering vaak het knelpunt. Voor een duurzaam resultaat is het niet voldoende als alleen de overheid bijdraagt. Je bent gebaat bij een netwerk van organisaties die er samen de schouders onderzetten. In de ideale situatie gaat het dan om een samenwerking tussen overheid, bedrijven en onderwijs (bijvoorbeeld een ROC of HBO-opleiding), waarbij de laatste bijvoorbeeld in natura bijdraagt.

Uit landelijke onderzoeken naar het resultaat van startersinitiatieven, blijken budgetten bijna altijd te laag. Het voortraject is al zo intensief dat er dan nog maar weinig overblijft voor de uitvoering. In dat geval is een investering weggegooid geld. Toch kun je niet één bedrag noemen dat minimaal nodig is voor serieuze startersbegeleiding. Dat ligt onder meer aan de schaalgrootte. In een kleine gemeente met minder starters werk je met een lagere begroting dan in een grote stad. Maar vrijwillige inzet van ondernemers kan er ook voor zorgen dat je minder expertise hoeft in te huren.

Belangrijker is om inzicht te krijgen in mogelijke investeerders en vormen van financiering. Zo wordt de begroting van OndernemersLift+, gevestigd in Den Bosch, bijeen gebracht door 18 gemeenten, MSD, ZLTO, Rabobank, AgriFood Capital, de HAS Hogeschool en het Koning Willem I College. Een breed gedragen initiatief dus. Het vergde een voorbereiding van 2,5 jaar, maar toen stond er wel een duurzame organisatie. Ondernemersadvies Tilburg is daarentegen ontstaan uit een Europees project met een totaal andere financieringsopbouw: een miljoen euro aan ESF-gelden, een half miljoen van het UWV en een half miljoen van de gemeente Tilburg. “Een flinke som geld, maar daar bedienden we wel de hele driehoek Tilburg-Eindhoven-Den Bosch van”, zegt projectleider Jan-Willem Nas. In de huidige vorm is de gemeente Tilburg de belangrijkste geldschieter.

Ook de programma’s van Brainport Development worden door overheden en subsidies gefinancierd. Het gaat om 21 gemeenten, die naar rato van het aantal inwoners bijdragen. De basisfinanciering voor de hele organisatie bedraagt 8 miljoen euro. De samenwerking wordt telkens voor vier jaar aangegaan.

Vrijwillige bijdrage

Interessant is om te kijken of een model zichzelf (deels) kan onderhouden, dus zonder externe financiering. OndernemersLift+ is onlangs begonnen om deelnemers aan de zogenoemde Booster- en Navigator-programma’s om een eigen bijdrage te vragen als ze zelf vinden dat ze met succes op weg zijn geholpen. Directeur Huub Dormans: “Of we vragen of ze bereid zijn om anderen, zoals zij, ook te helpen. Succes heeft natuurlijk duizenden vaders en moeders. Ik ben benieuwd welk aandeel ze ons toekennen en wat de deelnemers ons vrijwillig gaan betalen. We vermelden daarbij wel bewust de kostprijs, 2000 euro voor het Booster-programma en 3200 euro voor Navigator. Dat zijn de externe kosten die we maken voor deze ondersteuning.”

Commitment

Diverse startersorganisaties werken met een kleinere eigen bijdrage. Die is vooral bedoeld om commitment te krijgen, zodat ze zijn verzekerd van gemotiveerde deelnemers. Bij Starters Succes bedraagt de inleg 150 euro. De gemeenten en de bank zijn de overige financiers. StartToGrow hanteert een eigen bijdrage van 50 euro. Voor het programma voor doorgroeiers dat momenteel wordt ontwikkeld, wordt dit bedrag hoger. De overige financiers van StartToGrow: gemeenten, de Rabobank en diverse lokale ondernemers. Projectleider Koen Oosterwaal: “De meesten van hen zijn er al jaren bij betrokken. Zij zien het als hun maatschappelijke rol. Van een goede starter wordt iedereen enthousiast.”

Risicodrager

Om het werk goed te doen, is het van belang om financiers te vinden die aansluiten bij een programma. En niet andersom, zegt Dormans. “Wij staan ergens voor en werken vanuit een overtuiging. We maken dus geen programma op basis van de wensen van een financier. Dus eerst leveren, daarna vragen. Dat houdt wel in dat je zelf risicodrager bent. Het kan aan de andere kant ook veel opleveren. Als je laat zien wat je de samenleving te bieden hebt, sluiten financiers zich daar graag bij aan. MSD is bij ons zo’n voorbeeld. Wat ik door de jaren heen heb geleerd, is concreet aan financiers te vragen wat ik van ze mag verlangen. Zo kwam de Rabobank zelf met het idee om vouchers bij ons af te nemen waarmee wij klanten van de bank kunnen helpen.”

Waardecreatie staat voorop

Modellen die volledig zichzelf bedruipen, bestaan in Noord-Brabant niet. “Het succes zit hem in waardecreatie”, vindt John van de Laar van Starterscollectief Sint-Oedenrode. “Het lastige is dat de opbrengst lastig te meten is, met uitzondering van mensen die vanuit een uitkeringssituatie starten.” Uit maatschappelijk oogpunt hoeft ook niet alles kostendekkend te zijn. OndernemersLift+ verstrekt bijvoorbeeld financieringen aan start-ups in de vorm van achtergestelde leningen. Dormans: “We gaan tot 50.000 euro, tegen 7% rente. We hebben daar een apart fonds voor. Om in aanmerking te komen, moet je het Navigator-programma hebben gevolgd. Of Booster, maar dan is 15.000 euro het maximum. Het is complex en vraagt veel maatwerk. Jaarlijks hebben we ongeveer acht leningen uitstaan. Doordat een deel het niet redt, is dit niet kostendekkend. We moeten daarbij coulant zijn. Het past niet bij ons type (vroege fase) financiering om een deurwaarder in te schakelen als iemand wel serieus zijn best heeft gedaan, maar het desondanks niet redt. Streng maar rechtvaardig is ons devies ”