Stakeholders

Een beginnende startersorganisatie is zelf eigenlijk ook een start-up. Zoals je bij een starter vanaf het begin zijn verhaal moet geloven, geldt dat voor stake- en shareholders ook wat betreft de startersorganisatie. Anders is er geen reden om een bijdrage te leveren. Om anderen mee te krijgen en samen verantwoordelijkheid te nemen voor het begeleiden van startende ondernemers, is het belangrijk om de urgentie duidelijk over te brengen. En het besef te creëren dat je samen iets kunt bereiken. Zeker op ambtelijk niveau is overredingskracht en een lange adem onontbeerlijk.

Gemeenten

Een startersorganisatie gedijt alleen in een netwerk van bedrijven en organisaties die samen voor langere tijd de handschoen oppakken. Alleen samen kun je een starter goed op weg helpen. Een zeer belangrijke partner is vaak een lokale overheid. Bij vrijwel alle succesvolle startersorganisaties in Noord-Brabant is er een samenwerking met een of meer gemeenten die de toegevoegde waarde van startersbegeleiding onderschrijven. Bijvoorbeeld Roosendaal en Bergen op Zoom, zegt Koen Oosterwaal van StartToGrow, dat actief is in West-Brabant. “Wethouders en ambtenaren hebben de intrinsieke motivatie om de regionale economie te stimuleren. Ze zetten niet alleen in op topsectoren, maar ook op MKB’ers. In veel andere gemeenten ontbreekt de wil om te investeren, merken we als wij aan tafel zitten. Wethouders financieren hooguit een paar kleine initiatieven om een vinkje te kunnen zetten richting gemeenteraad.”

Inspelen op ambitie

Vanuit de provincie ontbreekt een langetermijnvisie op starters. Dat betekent dat je bent aangewezen op gemeenten. En zij moeten niets, zegt Huub Dormans van OndernemersLift+. Ook al laten diverse onderzoeken zien dat starters werkgelegenheid creëren en dus goed zijn voor de lokale samenleving. “Als er een drive is, kun je op de ambitie van een wethouder inspelen. Eigenlijk moet je een goede verkoper zijn om financiering los te krijgen.” Continuïteit is daarbij een doorlopend aandachtspunt. De ervaring van de meeste bestaande organisaties is dat ze elke ambtsperiode opnieuw veel moeite moeten doen om steun te krijgen. De grote uitzondering is Ondernemersadvies Tilburg, dat –weliswaar niet altijd in precies dezelfde vorm- al 35 jaar bestaat en veel politiek commitment geniet. 

Bedrijven

Ook het bedrijfsleven kan een grote rol spelen, zowel bij de financiering als het aanleveren van coaches. Dat gebeurt vaak in het kader van lokale betrokkenheid.  Zo was de concrete aanleiding voor Starters Succes, actief in Oss en Bernheze, de inkrimping van MSD. De plaatselijke Rabobank schreef daarop een rapport met een aanbeveling om nieuwe bedrijvigheid in Oss te stimuleren. Inmiddels is de bank zelf als financier bij het project betrokken. Dat is ze ook bij OndernemersLift+. Vijf Rabobanken nemen vouchers af en delen ze uit aan hun klanten. Zij kunnen die omruilen voor startersondersteuning. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten: OndernemersLift+ ontvangt geld voor de vouchers, de bank helpt op een zeer concrete manier zijn klant. En daarmee ook zichzelf. Want de slagingskans van de ondernemer is dankzij de professionele begeleiding groter. 

Onderwijs

Ook het onderwijs kan een belangrijke partner zijn. De studenten van vandaag zijn immers de potentiële ondernemers van morgen. OndernemersLift+ verzorgt programma’s op het ROC en de HAS, waar jongeren kunnen afstuderen op het opzetten van een eigen bedrijf. Het is dan wel belangrijk om zelf het voortouw te nemen en docenten te laten leren van real life casussen. Zodat ze deze ervaring weer mee kunnen nemen in het ondernemerschapsonderwijs 

Het gaat om de combinatie

In de ideale situatie werk je als startersorganisatie met diverse partners. Alleen het bedrijfsleven of alleen de overheid is niet genoeg. Om een voorbeeld van Jelle Schunselaar van Brainport Development (gericht op innovatieve start-ups met groeipotentieel) aan te halen: “Onze kracht is dat wij op elk niveau een koppeling zoeken tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid. Ik zit soms aan tafel met een businessdeveloper van TU Eindhoven, een coachende ondernemer en een ambtenaar die de vergunning verleent.”

Het vergt veel tijd en inspanning om zo’n structuur te creëren. John van de Laar (Starterscollectief Sint-Oedenrode): “Wat wij met zijn allen tot stand hebben gebracht, krijg je niet zo maar even voor elkaar. Maar als het lukt om een succesvolle startersorganisatie op te zetten, kun je ook daadwerkelijk iets betekenen.”